zondag 8 april 2012

Paaseitje liever gepocheerd.

Bij ons geen paaseieren zoeken. Met al die loslopende krielen zoeken we ons het hele jaar al rot naar eieren. Met als resultaat, tussen de achterste strobalen, vijfentwintig eieren in een nest. Of plots een nieuw roedeltje kuikens. Paaseieren en de paashaas. Symbolen van vruchtbaarheid. Uit een ei komt nieuw leven en de paashaas eh ja die plant zich toch ook voort (ware een konijn niet beter geweest). Niet in alle landen is het trouwens een haas die eieren rond brengt, ook weleens een hond of vos. Maar volgens professor Google is de haas een vaste begeleider van de godin Ostara of Eostra. Godin van de vruchtbaarheid. Zoals zo vaak worden religieuze en heidense rituelen gemengd tot een gezellige en commercieel interessante mix. Denk ook aan de Kerstman en Sinterklaas. Een ander vruchtbaarheidsgebruik is op palmpasen palmtakken, hier meestal buxustakjes, in de kerk te laten zegenen en thuis achter de kruisbeelden te steken. Ook legden we vroeger gewijde takjes op de akkers voor een goede oogst.

Het ei. Wat komt er nou niet uit een ei. Van insect tot mens, als wat zich geslachtelijk voortplant komt grotendeel voort uit het ei. Niet vreemd dat het ei zo veelzijdig is. Na de aardappel is het ei misschien wel mijn favoriete levensmiddel. Het eiwit is te schuimen, het geel is super om mooie sauzen mee te binden. IJs, taart, koeken, souffle, omelet, gekookt, uitsmijter, ga maar door. Ooit is het ei verguisd, omdat men nog maar de halve waarheid over cholesterol wist. Niet meer dan een paar eitjes per week was het. Nu weet men beter, tenminste dat hopen we. Wie weet wat we later ontdekken? Maar lang leve de lol nu, driewerf hoera voor het ei. Een van de lekkerste ei-dingen is het gepocheerde eitje. Liefst een krieltje dat levert een mooi klein bolletje op dat door de onwetende in een salade gauw wordt aangezien voor mozerella. Een meevaller, want persoonlijk heb ik niet zoveel op met mozarella -beetje saai smaakje-, als het zachte eigeel uit het wit kruipt. Gebruik wel superverse eitjes. Daarvan is het eiwit nog mooi en zit de dooier goed in het midden. Verhit een pan water met een scheutje azijn tegen het kookpunt maar het water mag niet bruisen. Breek het eitje voorzichtig in een sauslepel en laat het voorzichtig in het water zakken. Laat het stollen, kleine sliertjes kun je voorzichtig verwijderen met een houten lepel. Het gaat wel eens mis maar met een beetje oefenen lukt het wel. Lekker op een salade of als amuse.

zondag 1 april 2012

Doe effe normaal over eten.

Vandaag ga ik naar mijn mams verjaardag. Ik ga haar, en eigenlijk nog meer pap, eens lekker verrassen met een flink stuk bloedworst en ontbijtspek. Zoveel dat bij consumptie de bloedwaarden schrikbarend in alarmfase oranje geraken. Nee, ik ben niet uit op de erfenis. Mijn ouders zijn in de tachtig en beide bezoeken zij afwisselend de trombosedienst, de hartbewaking en de diabetespoli . Ik kan mij voorstellen dat het een soort van aanslag lijkt om hen te voorzien van maximaal verzadigd vet en een overdosis zout. Immers beiden hebben een dieet: Niet te vet, niet te zout. Toch durf ik het wel aan.

Er staat iets te veranderen op het gebied van voeding in relatie tot hart- en vaatziekten en obesitas. De voedingswetenschap is in verwarring, en op de achtergrond wordt er zwaar getwijfeld over de huidige dieetadviezen en de algemene voedingsadviezen van het door de overheid gerunde Voedingscentrum. Het is ook niet gering. Houd u vast: misschien is er wel geen verband tussen de consumptie van verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Die link, vet=slecht, via het verhogen van het aandeel slecht cholesterol, wordt openlijk door professoren en voedingswetenschappers bevochten. Onlangs nog promoveerde een wetenschapper op dit onderwerp. Hij stelde dat de aanhangers van de vettheorie eigenlijk excuses zouden moeten aanbieden voor hun foute analyse. Zover is het nog niet, maar het aantal wetenschappers dat zich schaart achter het nuanceren van de rol van verzadigd vet neemt toe. Kijk maar eens naar discussies op Linkedin en Foodlognl
Onderwijl wordt een nieuwe schuldige aangewezen voor overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten: koolhydraten. En dan heb je het over suikers, pasta, rijst, aardappels en ja ook over brood. Van suikers wisten we het natuurlijk, maar van brood en graan denken we toch; gezond!
Niet dus. Het teveel aan koolhydraten wordt omgezet in verzadigd vet in ons lichaam en verder in stoffen die ontstekingsachtige effecten in onze bloedbaan veroorzaken. Op gevoelige plaatsen in het lichaam kan dit leiden tot schade aan organen. Als ik het goed heb begrepen tenminste. Want dat is wel een probleem. Steeds meer blijkt dat het thema voeding en gezondheid heel moeilijk te vatten is in wetenschappelijk bewijsvoering. De biochemische verwerking van ons voedsel door het lichaam, de genetische invloed en de andere lichamelijke en psychische invloeden brengen simpelweg te veel onbekenden en onderlinge reacties teweeg. We weten niet wat er met de speklapjes gebeurt in het lichaam. Tot dusver is alleen eiwit (dierlijk en plantaardig) buiten schot gebleven,maar wie weet.

Dus zoeken wetenschappers heil in statistisch bevolkingsonderzoek. Groep A eet X, Groep B eet Y. Vervolgens meet men cholesterol. En legt men een verband. Maar uiteindelijk weet niemand dat het ook echt oorzaak en gevolg betreft. In de wetenschap heet dat; er is geen causaal verband. En zo zijn er duizenden van dergelijke onderzoeken, die steeds weer worden tegengesproken door een vergelijkbaar onderzoek uit een ander land of met een andere groep. Zo kwam ik recent onderzoek tegen dat de huidige zoutinname niet als ongezond beschouwt. Terwijl de kranten hierover vol stonden. En de media neemt elk (pseudo)-onderzoekje op dit terrein zonder commentaar op. Chocola is ongezond, chocola is gezond. Anti-oxidanten zijn gezond of toch niet. Koffie is slecht of juist niet. Drie glazen rode wijn mag of is te veel. Iedereen mag roepen wat hij/zij wil. Maar uiteindelijk zijn er nauwelijks echte verbanden aangetoond.

Ondertussen worden er vettaxen voorgesteld, obesitasadviezen gegeven en moord en brand geschreeuwd over onze voedingsgewoonten. Daarbij wordt niet geschroomd om verkeerde cijfers te gebruiken. Vaak worden alle mensen die een beetje dik zijn tot en met de ziekelijk obese personen bij elkaar opgeteld om te concluderen dat 40% van de Nederlanders lijdt aan obesitas. Dit is niet waar. Het gaat in werkelijkheid om enkele procenten. De meesten zijn gewoon een beetje dikker of lekker mollig (het is maar hoe je het noemt). Er moeten zoutreductieprogramma’s komen. Vlees mag niet van het milieu. Scholen moeten aandacht besteden aan gezondere voeding. Elke week staan de kranten weer vol met deze discussies. Het is gemakkelijk om mee te lopen, want de bedoelingen zijn toch goed? Maar als je beseft dat we eigenlijk nauwelijks iets weten en de valkuilen om verkeerde besluiten te nemen talrijk zijn, is volgens mij het enig zinnige advies: doe effe normaal over eten.

Als we zo doorgaan komen we in een landelijke voedselneurose terecht. Hou het voorlopig maar bij mijn advies: je mag alles eten, maar gewoon niet te veel. Sla het dessert vaker over, en neemt minder tussendoortjes. Geloof niet in pilletjes, preparaten en wonderbessen. Maar verder vooral genieten van lekker eten, liefst zelf bereid van verse ingrediënten en ja morgen gezond weer op en lekker ontbijten met spekjes. Ja misschien weer eens boterham in de warme reuzel soppen. Ik zie pap weer smikkelen!

dinsdag 21 februari 2012

Schmallenbergspanningen (2)

Op stal huppelen veertig lammetjes tussen de moederschapen. Ze liggen in knoedels in een hoek te slapen en af en toe zoeken de ze de moedermem op. Dan stoten ze de uiers en kwispelen hun staartjes. Hoogtepunt is het rare sprongetjes maken ofwel dartelen. Dat is echt heel komisch. Ik betrap me soms op hardop lachen in de stal.
Terwijl ik amper twee weken terug , op het graf van Amy Winehouse, zweerde dat die stomme lompe asociale schapen maar een moesten oprotten. Dat was na een paar lastige verlossingen, verstoting van lammeren en een Schmallenbergje. Een wat? Ja een Schmallenbergje is een eufemisme voor een heel vervelende ziekte die dit jaar zijn intrede heeft gedaan. Een virus dat zorgt voor misvormde lammeren die dood worden geboren of snel sterven. Heel schapenhoudend Nederland heeft er mee te maken.
Een van de schapen was duidelijk niet lekker aan het puffen. Geen vooruitgang en een wanhopige blik. Opstaan, liggen, persen, opstaan,liggen etc.
Als gynacoloog ga je dan met schone, rijkelijk van glijmiddel voorziene, handen naar binnen. En dan voel je hoe het lam erbij ligt. Meestal is er een pootje achtergebleven, die haal je dan voorzichtig naar voren. Het hoofdje hoort op de beide voorpootjes gelegen naar buiten te komen. Soms liggen er twee pootjes verkeerd of is het hoofdje naar achter gekanteld. Het komt ook voor dat je zes pootjes voelt omdat een tweede lam ook naar buiten wil en daarbij de eerste naar voren heeft geduwd. Dan is het puzzelen. Meestal is het op te lossen. Maar die keer voelt het meteen raar. Je hebt een beeld in je hoofd van de anatomie van een lam, maar het klopt niet. Je voelt dat het beestje niet leeft.
Ik probeerde de voorpootjes bij elkaar te brengen, maar dat lukt niet goed. Dan maar hoofd en een pootje. Bij het trekken knapt het onderbeentje af. Sta je met een amuletje in je handen! Serieus dat is heel naar. Ook het andere pootje breekt af, zodat ik het lam aan zijn hoofdje moet verlossen. Het beestje ziet er niet uit. De bovenbeentjes staat de verkeerde kant op. De rug is krom en de borst vergroeid.
Een typisch geval van Schmallenberg blijkt als de Voedsel en Waren Autoriteit komt kijken en bloed tapt van de moeder. Ik moet vragen beantwoorden en krijg later in de week alle bevestigingen.
Verder geen consequenties. Alleen een nare vrees voor de 25 ooien die nog moeten. Dan denk je terug aan de tip van een kennis: schapen, begin er nooit aan.
Maar ja nadien gaat het super en is er alleen maar gezond spul geboren en dartelen ze ,nu nog binnen maar, straks ook buiten in de wei.

vrijdag 3 februari 2012

Elfsteden alleen voor Friezen

Ik wordt een beetje gek wanneer bij de eerste vorstdag horden journalisten naar Friesland trekken om de schaatskoorts aan te kondigen. Als je op TV wil komen moet je zorgen dat je als eerste een quasi gevaarlijke plas op gaat. Heel Hilversum rukt uit om dat te filmen. Op de tweede vorstdag begint men de ijsmeesters lastig te vallen en worden er gaten in het ijs geboord: 2,5 cm. Op de derde dag gaan DWDD en PenW  herinneringen ophalen aan 1962, met Rendier Paping en Jeen van de Berg. Op de vierde dag komen de eerste commercials voor choco en vieze rookworst. Morgen zal de eerste durfal de route gaan verkennen.  Nou ja je begrijpt wat ik wil zeggen. Hoe groter de hype wordt hoe meer  verzet ik  voel opkomen. Ja en op het eind verkneukelijk ik mij dat het net niet door gaat. Het wordt al maar minder mooi namelijk. Met honderduizend cameras en iedereen die al schaatsend filmt, fotografeert en twittert . En met miljoenen schaatsallochtonen die komen zuipen en feesten, wordt ook de mooie elfstedentocht  commercieel aangerand.   Ik zou er voor willen pleiten dat alleen echte Friezen nog de elfstedentocht mogen rijden en bezoeken.

Dat terwijl ik een schaatsfanaat ben. Ik ben al heel lang lid van de Elfstedenclub maar heb helaas nog nooit kunnen rijden. Maar ik heb wel vaak serieuze voorbereidingen getroffen. Tochten in Kortenhoef, Rottemeren, de Gouwzee; ik heb het gedaan. En alle plassen in de buurt natuurlijk. Dat zijn er niet zoveel, want ik woon in Limburg. En daar was ik 30 jaar geleden toch een early adopter van de Noren. De meesten krasten toen nog op kunstschaatsen rond. Ik dichtte mij dan ook kansen toe om een van de snelste Limburgse elfstedendeelnemers te kunnen worden. Ik hield de ervaren regionale toerrijders gemakkelijk bij. Dat werd versterkt door een wedstrijdje op de Weissensee, waar ik  een groepje amateurs, waaronder een meervoudig elfstedenklepper,  versloeg op de 50 km.  
Nu gaat het helaas niet meer, dankzij vervelende rugpijn, is de schaatshouding niet meer mogelijk. En ik ga niet een beetje rechtop, met de armen fladderend, hannesen.  Schaatsen is diepe kniehouding, beide handjes op de rug, lange slagen, liefst in een klein groepje, dat kop over kop overneemt. (Ach word ik toch sentimenteel.)

Dus ja, ik ben gewoon wel verdrietig over mijn mislukte missie. Ik gun het al die kleppers wel om de tocht te doen. Maar ik gun het de rookworsten, choco’s, dwdd’s , penw’s, sidekicks en andere elfstedengeilaards eigenlijk niet.  

donderdag 19 januari 2012

El secreto del cerdo (matanza)

Het was diep in de avond van de Matanza. De wijn vloeide rijkelijk. Mijn kennis van het Spaans beperkt zich tot het primaire toeristenproza voor de dagelijkse noden. Met de roes van de slacht en de wijn kreeg het gesprek van onze Spaanse gastheren dan ook diepere gronden. Zij spraken over el secreto del cerdo, het geheim van het varken. Waar dat precies zat. In de diepere connectie van het landbouwhuisdier met zijn verzorger? In het verbond dat zij sluiten, jij zorgt nu  voor mij, dan zorg ik later voor jou? In het weten en accepteren van eenieders rol? In de enorme dankbaarheid als je ze voert, telkens weer, al kom je twintig keer per dag met eten? In het rijke pallet aan producten dat het achterlaat.
Ik ving flarden op en voerde gesprekken met anderen. Over pastinaken, geromantiseerde avonturen, over de economische recessie,  Barcelona versus Real Madrid, over de hak en de tak. Kortom, zoals een geslaagd samenzijn wel eens verloopt. Het geheim bleef schemeren in mijn hoofd.
Gisteren deed ik navraag en Bernardo stuurde mij een filmpje. Daarop snijdt een slager een stukje vlees uit een schouder. Ergens midden in de schouder ligt een smal stukje mals vlees; een haasje. Dat is dus het geheim. Diep in de schouder maar niet in de gedachte. Minder prozaïsch, een beetje teleurstellend eigenlijk. De slager sneed dat stukje er stiekum uit om zelf op te eten of duur te verkopen: de boer wist van niks. El secreto del cerdo.

dinsdag 17 januari 2012

Schmallenberg spanningen

Gisterenavond keek ik naar het item over Schmallenbergvirus bij Nieuwsuur. Een schapenboer verlost een schaap van een misvormd, niet levensvatbaar, lam. Triest en herkenbaar. Je dag is toch een beetje verpest. De angst voor het werpen van de volgende ooi neemt toe. Weken of maanden wordt je heen en weer geslingerd tussen opluchting en teleurstelling. En je bent machteloos. Dat laatste is het ergste. Ik keek Hetty aan en allebei kregen we een rotgevoel. Tussen 2003 en 2006 hebben we een besmetting van Q-koorts gehad bij onze geiten. Daardoor verwierpen wel 50% van de geiten. Meestal heel vroeg maar soms ook halverwege de dracht. De diagnose Q-koorts werd toen nog niet gesteld en andere oorzaken waren niet te vinden. Maandenlang gingen we met lood in de schoenen de stal in. Wordt het weer miskramen rapen of zijn er gezonde lammeren geboren? Geloof me ik ben nog liever zelf ziek. Maar goed terug naar gisteren. Na afloop van het item komt er een dierenactivisten Tweet langs. "Dat het geen wonder is met de intensieve veehouderij dat er dierziekten zijn. Ofwel het is de schuld van de boeren dat er veeziekten zijn." Dat trek ik op zo'n moment dus niet.


Ik heb boos teruggeschreven, dat het dikke vette onzin is. Er is nog nauwelijks iets bekend over het virus en het virus pakt alle dieren, grootschalig en kleinschalig. In plaats van een, volgens mij gewenst, fatsoenlijk debat te voeren wordt elke gelegenheid gebruikt om maar schuldigen aan te wijzen.
Later was er een item over muggen die een nieuwe ziekte,  knokkelkoorts,  verspreiden, een vergelijkbaar idee eigenlijk, maar dan bij mensen. Het zou net zo dom zijn om stedelingen (de menselijke megastal) daarvan de schuld te geven. Nou ja dat wou ik even kwijt.