donderdag 28 februari 2013

Smaaktoer Leudal (1)

Over eten                                              geplaatst in Leudalnieuws 27 feb 2013

In de Week van de Smaak, op 29 september ,  kun je al toerend een mand producten met bijbehorende recepten uit Leudal  verzamelen. Op die dag ontmoet je boeren, verwerkers, schooltuinvrijwilligers en koks.  Je bezoekt een expositie over duurzaam voedsel, geniet van verse producten en steekt een hoop op.  


Eten  is een heet issue de laatste jaren.  Heel Nederland had  het laatst over  Tom, de jongen die van zijn moeder alleen rauwe groenten en fruit te eten kreeg. En recenter is de ophef over paardenvlees in de lasagne. Er is inmiddels 24 uurs kooktelevisie. Politici roepen om belasting op vet en suiker  in strijd tegen het groeiend aantal dikkerds.  Sommigen gaan nog verder en willen mensen met een ongezond eet- en drinkgedrag meer laten betalen voor de zorgverzekering.  En dan is er de plofkip, die ons niet alleen in de keuken, maar ook in de publieke opinie bezig houdt. Voor de een het voorbeeld van ontspoorde bioindustrie, voor de ander het toonbeeld van efficiënte bedrijfsvoering.  Of heb je liever een biologisch scharrelkipje, langzaam gegroeid, met meer smaak maar daardoor ook duurder? De vegetariër wil het allebei niet op zijn bordje. Die wil beesten helemaal niet eten. Maar ja die beesten zijn er wel als je eieren, melk, kaas of leer gebruikt. Wil je helemaal geen vleessector dan moet je veganistisch leven. Geen dierlijke producten eten of gebruiken. En ga je nog een stukje verder dan kom je bij de “rawfood-moeder”. En dat is voor de meesten wel een ver-van-mijn-bedshow.

Iedereen wil duurzaam op zijn product hebben staan. Maar wat is duurzaam? Een sudderlapje van een stier die het hele jaar binnen staat en snijmais krijgt gevoerd allemaal uit de regio. Of  biefstuk van een koetje uit Brazilië dat het hele jaar op de pampa rondstruint?  En ja als alle Chinezen, Indonesiërs en Afrikanen straks ook elke dag een lekker stukje rundvlees willen, is er dan wel genoeg plek en voer voor zoveel extra dieren. Lastig he?  Al die beperkingen en negatieve aspecten van ons dagelijks bordje eten. Als we niet uitkijken worden we nog bang voor eten. Maar angst is een slechte raadgever en daarom moeten we kijken hoe we op een positieve wijze tot een gezonder, dier- en milieuvriendelijker eetgedrag komen.  En dat begint toch bij smaak en genieten.

Met Smaaktoer Leudal willen de initiatiefnemers, met steun van de Gemeente Leudal en lokale ondernemers, op een positieve manier eten onder de aandacht brengen. Met lokale producten, lekkere recepten en aandacht voor mens en dier.  Het hoogtepunt vindt plaats in de WeekvandeSmaak , met een Smaaktoertocht langs  smaakknooppunten in het Leudal.
Vooruitlopend daarop gaan we alle smaakactiviteiten in Leudal onder de aandacht brengen.  Middels deze  tweewekelijkse columns  probeer ik u alvast wegwijs te maken in de wereld van eten, gezondheid, duurzaamheid en natuurlijk smaak. In de hoop iedereen enthousiast te krijgen voor goed eten uit de regio.  Aarzel niet als je ergens aan wil haken, reacties zijn welkom.



zaterdag 2 februari 2013

Mijn affaire met Trix




Als iemand het had gefilmd,  pinkte Nederland nu een traantje van ontroering weg bij het gebeurde.  Dan was het een TVdraaitdoor-fragment met eeuwigheidswaarde geworden. Nu moet u maar geloven dat ik het niet verzin.
Een dag na de aankondiging van Beatrixit en twee dagen voor haar verjaardag,  kalfde een  vaars  en vanwege de Oranje-heisa noemden wij het kalfje Trix. En dag later lag zij te slapen in het weiland, -onze koeien lopen zomer en winter buiten-, terwijl moeder in de stal stond te vreten. Een ideaal moment voor het inbrengen van de oormerken. Met koe erbij leidt het tot nervositeit en ja wat zo’n moeder dan doet, weet je niet.  In een eerdere blog heb ik al eens de aanval van een moederkoe beschreven, die leidde tot Johnny -Hoogelandachtige taferelen.  (http://wievoedtdekuikensop.blogspot.nl/2011/11/johnny-hoogerland-en-de-godvergeten.html)
Dus maar liever apart. De knalgele flappen staan overigens prachtig op een zwart kalf, maar leuk is het niet om ze in haar oren te knippen.  Afijn, beetje stoeien met het kalf en de flappen zitten erin. Trix rent weg, maar ziet geen moeder en raakt enigszins in paniek. Ik haal moeders op uit de stal voor hereniging, eind goed al goed.  Maar bij terugkomst zie ik Trix niet meer. Nou is er een beetje glooiing in onze percelen, dus zal ze wel in het hoekje, uit het zicht, zijn.  Maar nee, dan is ze natuurlijk onderlangs de talud  teruggelopen. Het regent ondertussen pijpenstelen en doorweekt loop ik rond het perceel  en langs het talud. Geen spoor van Trix. Ik haal Hetty erbij en we lopen beide een cirkel rond de boerderij. Hetty linksom, ik rechtsom. Nada. We lopen een grotere cirkel, zoeken heel ons landgoed af, in sloten, hoekjes, bosjes.  Maar geen spoor.
Ik kom wandelaars tegen die ik vraag of ze wellicht iets gezien hebben of anders ons willen waarschuwen als er ergens een kalfje gezien wordt. We zijn een paar uur verder, wisselen natte voor droge kleren en bespreken de opties. De enige die een verklaring biedt: Trix is verdronken in de beek, die grenst aan onze weilanden.  De beek die, door de overvloedige regen, hard stroomt en diep genoeg is om een kalf te verdrinken.  We doen nog een ronde op de fiets, ook door het verderopgelegen bos, bij de buren,  alle hoekjes op het erf. Ik meld de vermissing bij  de Politie, mail de buren. Murphy law; alles wat fout kan gaat etc.. een verdronken kalf  konden we afvinken.  
Om half vier, zes uur na de verdwijning, belt een medewerker van Limburg Landschap. Of het kalfje dat hij aantrof in het bos misschien van ons is?
Wat volgt is een achtervolging door blubberig land, weiland, over prikkeldraad en door struikgewas.  Een strijd om uitputting;  een kalfje van een dag tegen een verkouden vijftiger, -weliswaar met duurvermogen-,  met een onverwachte ontknoping.
 
Plots stopte ze. Draaide zich om. Keek mij aan. Rende naar mij toe en sprong in mijn armen. Een brok in mijn keel stokte mijn adem.  En ik was al naar adem aan het happen...

woensdag 5 december 2012

Italians don’t talk Slowfood



Met een clubje eetbetrokkenen van allerlei pluimage mochten wij eind oktober een potje Europees geld kapotslaan. Waarschijnlijk uit een Interreg pot, bedoeld om de landen tot elkaar te brengen, want dat is het hogere doel: 1 Europa. En daar mag wat smeergeld voor worden ingezet. En wie ben ik om daar tegen te protesteren als je gratis naar de SlowFoodbeurs mag. Met een burgemeester, verkoopmensen, publieke relatie mensen, projectenbedenkers, een kok, een streekproductenpromotor, een wijnboer en de gek zelf. Een fantastisch leuk gezelschap. En ja we hebben een heel druk programma doorlopen voor jullie goedwil. Niks lanterfanten. Een indruk (deel 1)

De Salone del Gusto ofwel de Terra Madre ofwel de 2 jarige Slowfoodbeurs werd bezocht op vrijdag.  En dat was toch wel een openbaring.  Het vindt plaats in Turijn, in oude Fiat fabrieken en het belendende  oud-olympisch schaatsstadium.  Er stonden hele lange rijen voor de tientallen ingangen. Ik dacht even dat we voor Juventus-AC-Milaan stonden aan te schuiven.  Maar nee hoor deze mensen staan echt  in de rij voor worstjes en kaasjes. Alleen kopen ze geen kaartjes vooraf via internet.  Dus het kost wat moeite om op tijd binnen te komen.  Eenmaal binnen begint de schuifeltocht langs ontelbare kraampjes met worsten, hammen, kazen, broden, wijnen, bieren,  oliën,  granen, rijsten, tomaten, chocoladen, snoepen  en eetkraampjes ingedeeld naar Regio in Italië. Deze afdeling bestrijkt het overgrote deel van de beurs.  Eindeloos en niet te doen om allemaal te bezoeken. Maar wat een rijkdom aan smaken en vormen. Het meeste was erg lekker, maar ik vond toch ook  hele vieze bitterzoete kaas.  Moet kunnen toch. 

    "Prosciutto del Tette"

In het voormalige ijsstadion was de internationale beurs. Met een ietwat kleine Nederlandse afdeling die dan weer oververtegenwoordigd was met lamsham, toch niet een typisch Nederlands product. Maar hulde dat ze er waren: Kempenham en Herderham, samen met Hottie Sambal, Waddenproducten,  Bier en Kaas. Die internationale beurs is overigens heel erg leuk. Apenbroodchips uit St Tome en Principe (niet echt lekker) met een Cola uit Sierra Leone (mwah). Kom daar maar eens om. Of een elandendroogworstje uit Noorwegen (Noorweegs geprijst-dan weet je het wel).  Hongaarse worstjes van die schattige Mangalica wolvarkens. Boerewors uit Zuid-Afrika en Palestijnse Olijfolie; voor foodies is Palestina wel een land (goeie olie maken ze daar trouwens). Ik had een geweldige dag. 

Maar het meest indrukwekkend zijn  toch wel de bezoekers. De Italianen. Er komen meer dan 50.000 bezoekers per dag, vijf dagen achter elkaar. En niet alleen de usual suspects en de internationele slowfood leden. Nee de meeste bezoekers zijn gewone Italianen: kinderen, bejaarden, gezinnen, pubers, adolescenten.  Dat is echt het meest schokkend. Deze beurs is een uitje voor de Italiaan. In Italië is iedereen een foodie.  Wat is Nederland een arm land op culinair gebied!  Al die kaasjes, worstjes, biertjes en broodjes zijn weggepest door de Campina’s, Stegemansen, Heinekens en Unilever-filialen en omgezet in industriële standaardproducten.  Wist ik dat niet al? Ja maar het komt zo toch weer heel sterk binnen.  Daar was geen gepraat of congres voor nodig. Dat lukt ook niet echt, want de meest Italianen spreken geen Engels en ik geen Italiaans. Italians don’t talk Slowfood. Die hebben geen behoefte aan 1 Europa op eetgebied. Die vieren elke lunch en diner hun eigen Slow Food feestje. Geef ze eens ongelijk.


woensdag 31 oktober 2012

Stan ligt dwars


Negen uur dertig. Zit net voor TV te wachten op wat Bruce the Boss vindt van de Amerikaanse verkiezingen. Bonk bonk op de deur.  Dat is ofwel een overval, koeien uit de wei of sinterklaas. He het is buurman. Kom binnen, koffie? Ik moet namelijk nog wat met hem verrekenen. Nee kom mee, je stier ligt op zijn rug op straat. Wat? Je stier ligt op zijn rug op straat. Waar? Bij het bruggetje naar Stoks. Hij kan niet op. O hij leeft dus nog. Ja Ja. Kom maar mee in mijn auto.

Stan ligt op zijn zij. Poten gestrekt. Pens opgezwollen. Hij blaast wolken adem uit en heeft wat schuim op zijn bek.  Ik geeft hem een paar tikken. Hij probeert zich op te richten maar dat lukt niet. Hij ligt precies met zijn buik in het uitgesleten spoor van de zandweg.  O man ik denk aan de ellende als ie echt iets heeft, als we hem misschien moeten afmaken. Deze waardevolle brave fucker die me al meer dan 40 kalfjes heeft bezorgd.

Wat is er gebeurd? De draad van de wei van de buurman is kapot.  Is hij bij die lekkere Hereford wijfjes geweest? Maar dan zou hij toch in hun weiland blijven.  Misschien is hij gewoon gaan liggen op een  ongelukkig  plekje.

Ik probeer hem 180 graden over zijn rug te draaien, zodat hij iets gunstiger komt te liggen. Dat is niet eenvoudig met meer dan 1000 kg. Met drie man lukt het nog niet. Dierenarts gebeld, die heeft vaak wel oppeppende spuitjes die kunnen helpen. Plus een extra hand. Een andere buurman komt aangewandeld,  gelukkig geen bangerd.
Met zijn vieren wagen we een ultieme poging. Ik trek mijn schouder bijna aan gort, nog een klein stukje en hij is over het dode punt. Hij kantelt om. Wij springen weg en Stan komt tot staan na de draaiende beweging. Zeker vijf minuten staat hij als een zombie stil op de plaats. Gaat ie vreemd doen? Ik durf even niet naar hem toe.  Dan komt de rest van de kudde aan galopperen. Even  later stapt hij weer de wei in. Ogenschijnlijk ongedeerd.

Ik zie de volgende dag toch dat er een Hereford stier in de andere wei stond en dus denk ik dat ze lang hebben geknokt aan weerszijden van de draad en dat hij daarbij  is gevloerd of vermoeid is gaan liggen.
Een schaap op zijn rug, die niet meer op kan, dat kende ik wel. Maar een volwassen stier? Kan dus ook.

maandag 29 oktober 2012

Fons wil liever witte geiten



Enkele jaren geleden kregen wij heel toevallig een ezel. Iets wat ons heel leuk leek. Ook al heb je niet veel aan een ezel en moet je hem, in dit geval, zo ver mogelijk van je slaapkamer zien te stallen. Een goede balk doet al gauw boven de 100 decibel. Maar toch; ezels hebben iets teders. Paarden vind ik brutaal en een beetje gevaarlijk. Ezels zijn lief of bang en gedecideerd. Als ze niet naar links willen gaan ze niet. Ik denk dat Anky en Sjef samen  geen enkel element uit de lange  kür op een ezel voor elkaar zouden krijgen, al speelde Wibi er een speciaal gecomponeerde ezelssonate bij. Een ezel is veel te eigenwijs. Een eigenschap die ik overigens zeer kan waarderen. Maar goed.  Een familielid van een vage bekende zocht een tehuis voor de ezel omdat ze een hotel gingen beginnen in Duitsland. Ik ken het leed van dit soort ik-vertrek-besluiten dus streek over mijn hart.
Toen bleek dat er drie dwerggeitjes bij zaten. Ze konden elkaar niet missen. Aan een dwerggeit heb je volgens mij nog minder dan aan een ezel. Eentje heb ik gauw weggegeven omdat ze elke dag meerdere keren over het raster sprong en op de weg stond. Nummer twee overleed plots en zo was er nog maar een. Je denkt dat het verlies van twee vriendinnen de ezel en het geitje nader tot elkaar brengt maar niets in minder waar. Sinds een maand of zo, leeft het geitje, vol liefde de ‘bitch’ genoemd, bij onze vier varkens. Eerder sprong ze wel eens bij de varkens in de uitloop, vooral om wat voer proberen te stelen. Meestal stond ze later weer voor de deur om te vragen of ze terug mocht bij Fons, zo heet onze ezel trouwens. Maar blijkbaar is er punt gekomen waarop ze dacht dat varkens leuker zijn en de varkens dachten och dat geitje daar hebben we geen last van. Overigens leeft Fons tussen de andere witte geiten en is niet eenzaam hoor. Bel geen 144.

Hoe is zo iets gegaan? Ik kan alleen maar menselijk denken, dus hoe de beesten iets ervaren weet ik niet. Maar ergens moeten geit en varken overeengekomen zijn om verder samen te leven. Anders hadden de varkens, met zijn vieren en ieder vier keer zo groot, met gemak het geitje weg kunnen jagen.

maandag 24 september 2012

Raadselen van water en vlees (2)

In de vorige blog heb ik mijn twijfels geuit over de 15.000 liter water die er verbruikt wordt voor 1 kg rundvlees. Vanwege de kringloop van water. Er gaat niet echt iets verloren maar water verplaatst zich van bodem naar lucht, van lucht naar bodem en van rivier naar zee etc. Toch blijft dit cijfer steeds weer opduiken. Tijd om er meer van te weten. De studie is te vinden via de volgende link.  http://www.waterfootprint.org/Reports/Hoekstra-Mekonnen-2012-WaterFootprint-of-Humanity.pdf
En wie de achtergrond van de berekeningen voor vlees wil bestuderen: http://www.waterfootprint.org/Reports/Report-48-WaterFootprint-AnimalProducts-Vol1.pdf.

In de studie wordt gezocht naar een methode om de impact van onze consumptie op watergebruik in de hele wereld te kwantificeren. Onze ecologische voetafdruk wordt daarmee weer een stuk helderder. In de studie wordt onderscheid gemaakt tussen groene-, blauwe en grijze water stromen. Groen is regenwater, blauw is oppervlaktewater en grondwater en grijs is een indicatieve! berekende hoeveelheid water die nodig is om vervuiling te verdunnen tot een acceptabel niveau. Van de 15.400 liter water per kg rundvlees is 93,5% regenwater (groen), ca 3,5% oppervlakte-, grond- en drinkwater (blauw) en 3% potentieel vervuild water. Of in liters: 14.400 liter regenwater, 550 liter oppervlakte-, grond- en drinkwater en 450 liter potentieel vervuild water. Voor 100% grazende dieren, die geen krachtvoer krijgen, is het aandeel groen nog groter en het aandeel grijs kleiner. En worden de watergebruikscijfers berekend  voor voedingstoffen ipv kilogrammen dan worden de verschillen tussen dierlijk en plantaardig soms weer heel anders.
Ik vind dit toch een andere perspectief dan de kreet: we verbruiken 15.000 liter water per kg rundvlees.

Natuurlijk betekent dat niet dat we met een gerust hart de vleesconsumptie kunnen laten stijgen. Willen we de beschikbare waterbronnen, ook regen, zo efficiënt mogelijk benutten dan is plantaardige productie aan te bevelen. Maar dat moet dan wel kunnen en dat hangt weer af van de lokale situatie. Overigens zijn er ook plantaardige producten die behoorlijk veel  blauw en grijs water nodig hebben, zoals noten en peulvruchten.